In deze serie gaan we op zoek naar liefhebbers die een langdurige relatie hebben met een bepaalde Peugeot: de 404 berline én de 504 coupé injectie van Irving Lemson.
Ooit signaleerden we een prachtige 604 uit 1981 op La Fête des Limousines. Dit leek de ideale kandidaat om eens uit te nodigen voor een gesprek in deze serie. Groot was onze verrassing toen de auto verkocht bleek te zijn. Daarvoor in de plaats maar liefst twee auto’s, een 504 coupé en een 404 berline. De twijfel slaat toe: zijn we wel een juiste kandidaat voor deze reeks op het spoor?
Stijlbreuk
Uit mailverkeer tussen Irving Lemson en de redactie van Peugeot Expo
Magazine blijkt al gauw dat er wel meer aan de hand is dan alleen maar
wat nieuwe speeltjes. Dus snel eens naar Blaricum gereden om er meer
over te weten te komen. Nadat we zijn aangekomen in de praktijkruimte
van de tandtechnicus, kijken we onder het genot van een kop koffie wat
zorgelijk naar buiten. Vandaag geen opklaringen, sterker nog, zojuist
moesten de ruitenwissers nog aan. Een stijlbreuk met de gewoonte van
Irving om nimmer met regen te gaan rijden. Mocht je onverhoopt een bui
treffen tijdens een rit op een mooie dag dan is dat niet anders, maar
weggaan met regen?
Via een snel bezoek aan zijn appartement, dalen we af naar de
ondergrondse parkeergarage die een Parijse aanblik geeft. Kaal beton,
droge lucht en een constante temperatuur van acht graden. Een
verzameling doorsnee auto’s met hier en daar een klassieker, al dan
niet zwaar onder het stof. Achteloos merkt Irving op dat de
donkerblauwe XJ ook van hem is. De twee Peugeots staan onder een hoes;
het is een werkelijk ideale stallingsplek.
Een tweede stijlbreuk van deze dag is dat hij het stuur van de 404 uit
handen geeft. Het is immers ondoenlijk in twee auto’s tegelijk te
rijden? En we moeten even naar een fotolocatie. Buiten gekomen lijkt
het droog te blijven – sommige mensen krijgen alles voor elkaar. We
rijden in een redelijk tempo weg, de techniek sparend, maar niet te
braaf. De 404 geeft geen krimp. Heel even denk ik dat de motor bij een
rotonde af zal slaan; de chokeklep is al dicht. Maar later blijkt dat
de auto gewoon zo netjes stationair draait, dat je een spreekwoordelijk
dubbeltje op zijn kant op het kleppendeksel zou kunnen plaatsen zonder
dat het omvalt. Al is dat niet doenlijk, gezien de 45° kanteling van
het blok om de motorkap mooi schuin te kunnen laten lopen.
Provençaals en Zwitsers
De staat van de twee auto’s, nonchalant geparkeerd langs een
koolzaadveldje, is opmerkelijk. Zoals altijd is het bijzonder fraai
fabrieksauto’s te bestuderen. We bedoelen hiermee ongerestaureerde,
maar in prachtig originele staat gebleven auto’s. Want wat je ook van
restauratie kunt zeggen, er zijn vele kwaliteitsniveaus, van te
rommelig tot overgerestaureerd. En bij originele auto’s klopt het
gewoon. Zo heeft Irving eerder een grijze 504 coupé gehad van bijna
hetzelfde bouwjaar. Maar deze heeft nooit lekker gereden; er was iets
onbenoembaars mee. De 404 heeft een kilometerstand van 43.888 en heeft
in het Provençaalse moederland kennelijk nooit geleden.
![]()
Zijn eerste auto was er ook zo een. Van 1970, de oude groene van zijn
vader. Op zijn 18de verjaardag kreeg Irving geld voor zijn rijbewijs en
de auto. Niet roken voor je achttiende, was het verzoek van vader
Lemson, dan zou deze beloning volgen. Het lukte Irving als enige. Na
meer dan vijf jaar trouwe dienst was de rek uit de originele
familie-404. Het was toen immers gewoon een oude auto die opgereden
was. Lachend herinnert Irving zich vakanties in de 404 met wel zes man
er in, en een imperiaal op het dak voor de bagage. Nu is dat bijna niet
meer voor te stellen.
De skaibekleding van het origineel mist Irving niet, het schuifdak wel.
Toch was de vondst van deze 404 bij een bekende handelaar opmerkelijk.
De gelijkenis met zijn eerste auto en de technische uitvoering met
schijfremmen voor was zo treffend, dat deze er wel móest komen. En dan
met die kilometerstand. Op de 404 zien we sfeervolle stickers van
lokale garages, het Provençaalse embleem in authentieke taal,
natuurlijk de verzekeringsstickers en een totaal door de zon verbrande
Essosticker. Mooi zo laten, het geeft aan waar de 404 vandaan komt.
Harry Potterauto
Over aandacht voor de 404 gesproken: de Larense hockeyclub, waar zijn
oudste dochter op hoog niveau speelt, roept natuurlijk bepaalde
clichébeelden op. Als de dames naar een uitwedstrijd gaan, vindt Irving
het leuk met de 404 te gaan. De vraag naar zitplaatsen in de 404 is
veel groter dan het aanbod. Niet dat de dames precies snappen wat voor
auto het is, maar ze vinden hem aaibaar, gemoedelijk, een ‘Harry
Potterauto’. Daar laten ze de Jaguars en Maserati’s links voor liggen.
Tot groot genoegen van Irving uiteraard.
Nog even de 604, Irving’s tweede Peugeot. Deze moest het veld ruimen,
eigenlijk dankzij de dagelijkse auto: een Jaguar XJ van 2001, volgens
Irving de ultieme limousine. Een 604 is prachtig, maar kan hier niet
tegenop. Het is dan ook geen eerlijke vergelijking. Daarbij is de 604
een gecompliceerde auto. Als je even verkeerd start, met iets teveel
gas of iets dergelijks, kan de 604 lang nukkig rijden. Erg gevoelige
techniek. Voor de uitgesproken non-sleutelaar, die vooral in auto’s
rijdt die geen opknapwerkzaamheden hebben, is dat een doorn in het oog.
Dat niet sleutelen is desgevraagd niet uit overtuiging. Tandtechniek is
een technisch beroep en vereist grote vaardigheden. We kennen een paar
tandtechnici die enorm goed kunnen sleutelen en restaureren. Het gaat
dan echt op microniveau. Het gaat niet snel – dat is vaker zo bij
restauraties – maar het komt in de regel perfect voor elkaar. Misschien
dat Irving zich nog eens gaat wagen aan een dergelijke onderneming.
Maar voorlopig niet. Daarbij is er ook nog een zeilboot die aandacht
vraagt. De Peugeot 404 is overigens wel de ondergrens die Irving qua
historie interesseert. Hij kent de types van daarvoor wel, maar deze
doen hem niet zoveel.
Eeuwigheidswaarde
De 504 is in de plaats van de 604 gekomen. Bewust is gekozen voor een
viercilinder, dan heb je relatief simpele en betrouwbare techniek. De
van origine Zwitserse auto is om door een ringetje te halen. De laatste
stijl is gehanteerd bij de bumpers. We constateren allebei dat het
model het kan hebben, net als de bekende zacht grijsgroene kleur. De
automaat is geen must, maar wel bijzonder plezierig. Waar Irving het
ook weer heerlijk vindt in de 404 met de stuurschakeling aan de gang te
zijn.
De 504 heeft meer kilometers gemaakt, maar is ook zonder zichtbare
gebruikssporen. Alle holle ruimtes zijn voorzien van roestwering via
endoscooptechniek bij Jan van Egmond, wat voor allebei de auto’s geldt.
Dit, gesteld met het jaarlijks doordraaien van de kilometertellers van
een slordige 1.000 km, geeft beide Peugeots bijna eeuwigheidswaarde.
Deze kilometers worden – zoals al eerder geschetst – niet op eieren
gereden. De 404 kan gewoon 120 op de snelweg, maar de motor begint dan
wel lekker te brullen. De banden zijn bij beide auto’s nieuw, want dat
is vaak een sluitpost bij auto’s die weinig rijden. Op de 404 zat er
van alles door elkaar. Nu staat ze lekker op de originele XZX-banden.
De velgen van de 504 zijn een Zwitserse specificatie. Dat moeten we nog
eens uitzoeken. Ook onder de motorkap vinden we een metalen plaatje met
een ingeslagen nummer. Maar dat heeft misschien iets met de Europese
Unie te maken, waar Zwitserland geen deel van uitmaakt. In ieder geval
gaat voor deze 504 ook weer het cliché op dat klassiekers uit dit land
vaak heel erg goed geconserveerd zijn.
Katachtigen
Het is geen gemakkelijk jaar geweest voor Irving. De gevolgen van een
scheiding en de daardoor noodzakelijke verhuizing hebben een zware
wissel op zijn eigen bedrijf en hemzelf getrokken. Toch komt de
technicus over als een opgewekte en bevlogen liefhebber, die niet bij
de pakken neer gaat zitten.
We merken op dat zijn twee liefdes op autogebied, Peugeot en Jaguar,
zich verenigen in het beeldmerk. Een variant op het spreekwoord:
gebeten worden door de kat of de hond. Het is hier in beide gevallen
duidelijk door een katachtige. Na nog even van een drankje te hebben
genoten in het sfeervolle, volgens Irving geïmproviseerde appartement,
komt het hoge woord er uit. Deze twee hoeven eigenlijk niet meer weg.
Vrienden voor het leven dus; we zijn waar we wezen willen.
Tekst en foto’s: Wim Noorman




