Op het moment dat in het najaar van 1983 een eind kwam aan de productie van de Renault 20 en 30, lag de weg open voor een opvolger: de 25. Op 25 november 1983 was het zover en volgde de eerste aankondiging van de nieuwe grote Renault. Tevens verschenen op dat moment de eerste foto's van de auto. In maart 1984 werd hij op de Autosalon van Genève gepresenteerd aan het grote publiek en aansluitend op de markt gebracht. De Renault 25 was getekend door Robert Opron en vertoonde uiterlijk enkele bescheiden overeenkomsten met de door dezelfde ontwerper gecreëerde Citroën CX. Natuurlijk viel de Renault een stuk moderner uit dan zijn ruim negen jaar oudere tegenstrever. De 25 sloeg direct enorm aan, mede dankzij een ruim en vooruitstrevend ingericht interieur, een comfortabel rijgedrag en een stijlvol, tijdloos uiterlijk.
De reeks startte met typen die over de van de 20 bekende motoren beschikten, 2,0 en 2,2 liter groot en achtereenvolgens 103 en 124 pk sterk. Daarboven stond de V6 Injection, voorzien van de bekende 2,7 liter Douvrin-motor met 144 pk. Alledrie de aandrijflijnen werden gecompleteerd met een vijfbak of optioneel een drietraps automaat. Wie liever voor een diesel ging, kwam uit bij de in de voorgangers van de 25 toegepaste krachtbron van 2068 cm³, die in atmosferische versie 64 pk ontwikkelde en aangevuld met een turbo 87 pk aan de voorwielen afgaf. In september 1984 werd de 25-serie uitgebreid met een 182 pk sterke V6 Turbo en een verlengde uitvoering, de 25 Limousine. Die vormde het antwoord op de Citroëns CX Prestige, maar ging nog een stap verder, met het aanbieden van de mogelijkheid een Executive-versie te bestellen. Die beschikte over gescheiden, elektrisch verstelbare achterstoelen en een grote gleuf in de hoedenplank om bijvoorbeeld een attachékoffer in te plaatsen. Het duurde overigens tot begin 1985 voordat beide topmodellen daadwerkelijk leverbaar waren.
In de tweede helft van 1986 reageerde Renault op de facelift van de Citroën CX en de Peugeot 505 door een bijzondere serie van de 25 GTX op de markt te brengen. Dit model was voorzien van ABS en vijfgaats lichtmetalen wielen. In 1987 verscheen de luxe 25 Monaco, met standaard een lederen interieur en een aparte donkerbruine buitenkleur. In het kader van milieunormen introduceerde Renault katalysatorvarianten van de benzinemodellen, die daarmee een beetje vermogen verloren. Het programma kreeg verder uitbreiding met een TX-uitvoering, waarin een 2,0 liter injectiemotor met 120 pk huisde. Vervolgens begon met het actiemodel Renault 25 Manager in mei 1987 de uitverkoop van de eerste serie. Eind van het jaar volgden dan nog de Fairway en de Symphonie TX K6. In totaal werd de auto tot zijn eerste facelift 467.500 keer gebouwd.
In mei 1988 presenteerde Renault de 25 Phase II, die dankzij een nieuwe neus en achterpartij groter leek. Het interieur en diverse technische details waren eveneens gewijzigd, zodat de auto weer een tijdje vooruitkon. De Limousine had al eerder het gamma verlaten, maar nu kwam er een ultra-luxueuze Baccara met lederen bekleding tussen de topmodellen te staan. In de toegankelijker regionen was het een komen en gaan van typen, inclusief enkele actiemodellen, zoals de Auteuil, de Manoir en de Camargue. Vanaf maart 1990 verkocht men de 25 Baccara ook als V6 Turbo en leverde het geblazen motorblok voortaan 205 pk. Enkele wijzigingen en speciale series hielpen de 25 zijn laatste jaren door, waarna op 12 februari 1992 de productie in Sandouville eindigde. In totaal fabriceerde Renault 769.687 exemplaren van de 25, waarvan slechts 832 Limousines. Bron: La fete des Limousines






